“Help, dat moet je niet doen! Straks komt de brandweer!” zegt ze paniekerig als ik de kaarsjes op tafel aansteek. In haar 13-jarige leven, waarvan ze een aantal jaren woonde in een behandelafdeling, is ze niet anders gewend. Daar waren uiteraard volgens de voorschriften overal rookmelders geplaatst.

Als ik sta te strijken, staat ze verbaasd naar me te kijken: “Waarom doe jíj dat?” “Hoezo?” vraag ik, want ik snap niet wat ze bedoelt.
“Doet de nachtwacht dat dan niet?”

 

Deze voorbeelden illustreren waar het om gaat bij de term ‘hospitaliseren’. 
Soms denk ik dat dit proces er bij kinderen nog veel sneller en indringender insluipt dan bij volwassenen. Kinderen vinden normaal wat ze veel om zich heen zien. De duidelijkste voorbeelden zijn de opmerkingen en vragen als een kind net in ons gezin is komen wonen:

 

Koen is direct na school gaan voetballen. Hij komt hongerig thuis en vraagt hoe laat het eten gebracht wordt…

 

Dennis vraagt of hij een eindje mag fietsen. Hij zegt dat hij niet zo ver gaat en het wel kan vinden. Ik vermoed dat het hem wel gaat lukken, dus laat hem gaan. Na een half uur komt hij bezweet binnen stappen. Ik vraag hem hoe het was. Hij zegt: “Ik dacht, ik fiets tot het hek en weer terug, maar ik kwam steeds geen hekken tegen, dus ben ik op een gegeven moment toch maar omgedraaid en dezelfde weg terug gefietst…”

 

Woensdagmiddag na de lunch vraagt Mira wat het activiteitenprogramma is voor de middag…

 

Filipa, 16 jaar, staat bij mij in de keuken wat te kletsen. Omdat de telefoon gaat, vraag ik haar of ze het gas lager wil draaien onder de pan met water, zodra het water kookt. Als ik terugkom, buldert het water lekker over de rand van de pan. Ik vraag haar waarom ze het gas niet lager gedraaid heeft. “Hoe moet ik nou weten wanneer het water kookt?” was haar antwoord… 

 

Wat kinderen veel zien wordt normaal. Gelukkig dat bij mij in mijn niet-omhekte huis wordt gekookt en gestreken, en er gewoon kaarsen branden. Om aan te wennen.

De Rudolphstichting heeft compassie voor kwetsbare kinderen en wenst dat elk uithuisgeplaatst kind de kans krijgt om op te groeien tot een zelfredzame en evenwichtige volwassene.