Achtentwintig jaar is ze, een mooie, kleine en pittige jongedame.

“Wat zou jij doen, als je hoorde dat iemand een kind aanrandde? Als je hoort dat iemand een kind door een bekende laat misbruiken? Wat zou jij doen als een kind bont en blauw geslagen wordt door iemand? Wat zou jij doen als een kind vernederd en beschimpt wordt?” 

 

Ik hoor de heftigheid van haar vragen en wacht af. Haar vragen klinken wat retorisch. Ze gaat door. “De meeste mensen zouden naar de politie gaan en als ze het hart op de juiste plaats hebben, zorgen ze ervoor dat het stopt en niet meer gebeurt.”

  

“Ja dat denk ik ook, dat mag ik hopen”,  antwoord ik volmondig. 

Ze vraagt door: “Wat moet er met de persoon gebeuren, die deze dingen met dat kind heeft gedaan?” Ze antwoordt zelf: “De meeste mensen vinden dat deze persoon in de gevangenis thuis hoort en niet zo’n klein poosje ook. Opsluiten en achter tralies. Straffen!” zegt ze.

 

Ik knik en laat weten dat ik haar kan volgen en haar opmerkingen logisch vind. 

“Ja weet je Annemieke en als die persoon nou je moeder is, dan word je als het maar lang genoeg duurt en zichtbaar genoeg is, uit huis gehaald en kun je ergens anders opgroeien. En die vrouw, die je moeder is, kan gewoon doorgaan met leven. Niks niet gevangenis, niks geen straf. Nee, ze hoefde alleen maar te zeggen dat ze me wilde zien en hoppa, daar ging ik weer.

Sterker nog, ik moest elke twee weken naar haar toe, want ze is nog altijd je moeder; zeggen ze dan. En nu al die jaren later, als ik het vertik om naar haar toe te gaan of haar op te bellen, zeggen ze nog steeds:  ja, maar het is wel je moeder! Het is gewoon niet eerlijk!” 

 

“Nee”, beaam ik opnieuw, “het is gewoon echt niet eerlijk!”

 

Reageren kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

De Rudolphstichting heeft compassie voor kwetsbare kinderen en wenst dat elk uithuisgeplaatst kind de kans krijgt om op te groeien tot een zelfredzame en evenwichtige volwassene.