Zonder een zoen, zonder een groet, zonder enig blijk van besef dat dit een afscheid is, stapt hij in de auto bij zijn moeder. Drie jaar heeft hij in ons gezin gewoond, van zijn tiende tot zijn dertiende.

 

Joog noemt hij zichzelf, omdat weinig mensen zijn naam Jochanan kunnen onthouden. Lief en nieuwsgierig is hij en een druktemaker, regelmatig een ongeleid projectiel, impulsief, goudeerlijk en genadeloos oprecht is hij ook. En vandaag is het dan zover: er komt een eind aan de wat “lange logeerpartij”, zoals hij het zelf noemt en gaat weer bij zijn moeder wonen.

 

We zwaaien hem uit. De auto start en rijdt de oprit af. En stopt weer. Ik zie beweging op de achterbank, Joog duwt tegen het autoportier om uit te stappen, alsof hij iets vergeten is. Mijn hart springt op. O, gelukkig. Toch nog. Zal hij ?

 

Ik zie de spanning op zijn gezicht, als hij de auto, die nog maar amper stil staat, uitspringt. Hij klapt het portier dicht, zet een sprintje in om de achterkant van de auto heen en rent mijn kant op. Dan schiet hij langs mij heen, laat zich op zijn knieën zakken en met tranen in zijn ogen hoor ik hem tegen Basta onze hond zeggen: "Was ik jou toch bijna vergeten gedag te zeggen". Ik staar naar mijn schoenen en haal heel diep adem.

 

Nu is hij JOOG, veertig, getrouwd en theatermaker. Hij is een stuk rustiger geworden, maar nog steeds is hij genadeloos eerlijk en nieuwsgierig. Hij gaat nooit meer weg zonder een dikke knuffel. We zijn dol op elkaar. Soms voel ik me nog steeds zijn pleegmoeder, als ik op de eerste rij bij een voorstelling van hem ben. Ik ben al jaren een van zijn grootste fans. Als ik op bezoek of een verjaardag ben, voel ik me meer een soort huisvriendin.

 

De laatste tijd praten we veel over pleegouderschap, want hij en zijn vrouw hebben sinds kort twee pleegzoons. Twee broertjes: eentje van vier en eentje van zes. In de voorjaarsvakantie komt hij een middagje op bezoek met de jongens. De hele vloer bezaaid met lego, limonade en paaseitjes op tafel. Joog in zijn rol als pleegpapa, ik ben zo trots op hem! Ze blijven eten en dan is het tijd om op te ruimen en weer terug naar huis te gaan. Van Joog krijg ik een dikke knuffel, de jongens aaien een beetje verlegen de hond gedag en stappen zonder een groet de auto in.

 

Wij kijken elkaar aan, Joog haalt zijn schouders op en mompelt: "Ach, weet je lieve Miek, soms duurt het even”.

 

 

 

 

De Rudolphstichting heeft compassie voor kwetsbare kinderen en wenst dat elk uithuisgeplaatst kind de kans krijgt om op te groeien tot een zelfredzame en evenwichtige volwassene.