De kern van de kwaliteit van gezinshuizen zit in de professionaliteit van de gezinshuisouders in combinatie met een cliënt(kind)-ontwikkelingsplan, gericht op kwaliteiten en mogelijkheden van het kind of de jongere. Het kwaliteitssysteem is erop gebaseerd dat gezinshuisouders zelf verantwoordelijkheid nemen voor een kwalitatieve aanpak.

 

Deze aanpak is gericht op de volgende uitgangspunten:

  • ‘De kracht van het gewone leven’ organiseren als een gezonde omgeving om op te groeien. Kleinschalige ondersteuning leveren, 24 uur per dag en 7 dagen per week in één pand wonen met de jeugdigen.
  • Zorgdragen voor de professionaliteit van medewerkers.
  • Werken volgens een goede methode die gericht is op het goed toerusten van de jeugdige op zijn of haar toekomst.
  • Zorgdragen voor een gezinssituatie waarin de jeudigen zich veilig voelen.
  • Bewust besluit nemen voor de opname van een jeugdige in het gezin evenals voor een verhuizing.
  • Jeugdigen en hun ouders (waar mogelijk) zeggenschap geven in belangrijke keuzes in hun leven.
  • Uitgaan van de vragen, wensen en behoeften van jeugdigen bij de planning en uitvoering van de zorg en professionele opvoeding.
  • Waarde hechten aan de relatie met het gezin van herkomst.
  • ‘Externe ogen’ die meekijken of de kwaliteit van het werk in orde is. Dit is vormgegeven door intervisie activiteiten, kwalitatieve interviews en interne audits.
  • Zorgvuldig communiceren en constructieve relaties opbouwen met jeugdigen en hun familie, medewerkers en met externe deskundigen.
  • Continu gericht zijn op de verbetering van bovengenoemde processen in het gezinshuis.

De Rudolphstichting heeft compassie voor kwetsbare kinderen en wenst dat elk uithuisgeplaatst kind de kans krijgt om op te groeien tot een zelfredzame en evenwichtige volwassene.